Er zijn zelfs dingen die je opvalt terwijl je in de spitstrein rijdt. Het begint eigenlijk al als je in de rij staat waar je eerst heel beleefd gaat wachten totdat de mensen uitgestapt zijn; mensen die zichzelf toch koppig als eerste binnen proberen te persen worden meedogenloos tegen het perron gedrukt. Als de eerste mensen binnen beginnen te druppelen begint de procedure. Je ziet de mensen bijna denken:
“Ik zie daar nog vrije zitplaats, als ik nou eens onopvallend daarheen schuifel haal ik het net zonder mijn looppas te versnellen. Shit, zij-van-de-deur-hiernaast eigent net mijn plek in.
Op een gegeven moment zijn de meeste banken gevuld met een persoon, maar dat is nog geen ramp.. Dan maar niet de comfortabele luxe van het stabiele vooruitrij-plekje aan het raam en houdinggevende steun voor een voet, maar de tweederangs plek is nog vrij. Dit is per definitie de diagonaal-rechttegenover-plek, veilig en met voldoende afstand. Nu alleen maar zorgen dat ik uit het gezichtsveld blijf van de mede-diagonaal-reisgenoot. Het moment waar de keuzes gemaakt moeten worden is dan pas aangebroken. Wordt het de makkelijk veroverbare achteruitreis-zitplek aan het gangpad, waar heel nonchalant plaatsgenomen kan worden? Of toch de iets moeilijk bereikbare, plek aan het raam met potentiele houdingsmogelijkheden.. Kut, nee zometeen raak ik een been of knie en moet ik weer gaan communiceren.”
En zo ben ik dan weer aangekomen op het eindstation, de reistijd was weer gevuld met een glimlach over een stukje onbenullig, ongeschreven menselijk gedrag. Volgende keer toch maar weer een Metro pakken…