Soms zijn er dingen waar je je zo erg aan ergert, dat er nog geen bestaand woord voor is. Daar moet dus een woord voor uitgevonden worden dat de lading moet dekken, en ik hoop dat het genoeg is:
Grogwijf [pren: GRÔG’wijf] (het ~ (v.)) 1 [meestal pej.]: vrouwelijk individu met de uitstraling van een grindtegel, schaart zich meestal in groepen van vier à vijf mede-grogwijven. Een grogwijf leeft en plant zich voort voor 90% in discotheken en in de directe omgeving daarvan.
Een grogwijf heeft een aantal bijzondere rituelen, een daarvan vindt plaats op de dansvloer waar ze een soort indianendans uitvoeren rond de meegebrachte hand- en rugtassen die het bekende handzame formaat hebben. In deze hand en/of rugtassen zit voor minimaal vijf keer het volume aan spullen als deze groot is. Opmaakdoos, sigaretten, pepperspray, douchecabine en gsm zijn hier enkele voorbeelden van. Als onderdeel van het paringsritueel gaan grogwijven met minimaal zes soortgenoten naar de wc, waar ze in een geheim compartiment overleg plegen en combat-technieken besproken worden.
Grogwijven communiceren met elkaar door middel van een onschuldig en soms dom lijkend gegrinnik en gegiechel, maar er bestaan vermoedens dat er op een soort subsonar niveau meningen en theorieën uitgewisseld worden.
Per discotheek is er ook een oppergrog, die het hoofd vormt van een soort hierarchië struktuur. De oppergrog heeft vrij partnerkeuze, de ondergeschikten mogen op geen enkele wijze concurreren met de oppergrog anders vind er een afstraffing plaats. Technieken die gebruikt worden tijdens dit gevecht zijn het ‘met nagels bewerken‘, het ‘aan haren trekken‘ en het wat sullig ogend ‘veelvuldig wapperen met de handen‘. Na het gevecht neemt er eventueel een verschuiving in de hierarchie plaats.
Een grogwijf komt tenslotte het meest voor in de blonde variant, maar ook in de bruine, zwarte en rode variant.
Ik ben zo vrij geweest om dit gelijk te sturen naar de Van Dale taalcommissie.